Publicaties

IMAGO. Nederland en Europa op een keerpunt, door Albert Roele, Amsterdam 2005

I. De religieuze wortels van het imago

De invloed van het imago van de christelijke religie en daarmee van de RK kerk op de maatschappij is eeuwenlang gigantisch geweest. Religie en kerk hebben het “oer-imago” van de moderne mens dan ook beslissend beïnvloed. Het mooiste vind ik dit oer-imago vereeuwigd door Goethe in de Faustmythe. In de geschiedenis der mensheid kreeg God een Januskop. Hij schiep de mens naar Zijn beeld en de gevolgen bleven niet uit. De mens moest leven met het verscheurende dilemma tussen goed en kwaad.

Ik pleit dus allerminst voor een volledige herkerstening van onze maatschappij. Ik vind juist dat de bevrijding van het juk van de verzuiling Nederland ook veel goeds heeft gebracht: vrijheid voor het individu, emancipatie van minderheden(vrouwen, homoseksuelen, etc.). Maar wat wij in Nederland naar mijn mening hebben nagelaten, is om de religie in die nieuwe constellatie een plek te geven in het publieke domein. Ik ben er een voorstander van om te handelen vanuit religieuze of andere duidelijk filosofische uitgangspunten. En deze mogen ook zeker in het publieke domein hun plaats hebben en zichtbaar zijn.

Compassie

Wat ontbreekt in de discussie over scheiding tussen kerk en staat, over de band tussen religie en terrorisme, dat is de compassie. Letterlijk: medelijden met hen die arm, ziek of behoeftig zijn. De gedrevenheid om iets voor die anderen te doen. Maar ook om eenvoudig respect te hebben. Volwaardig het recht van iemand te erkennen om ‘anders’ te zijn (tolerantie). Tegenwoordig roepen alle grote religies op tot compassie en wijzen zij terrorisme en geweld alleen maar om het geweld zelf af. Dat geldt het christendom, de islam, de Joodse religie, het boeddhisme en het hindoeïsme.

Parallel ligt hier een grote verantwoordelijkheid voor de in Nederland (en West-Europa) aanwezige imams om de islam met compassie te prediken in plaats van de islam van het geweld. Tot nu toe hebben we deze signalen nog niet of nauwelijks gehoord. En zeker niet luid in de openbaarheid.

II. Utopie: Leven in harmonie

Elke utopie is gebaseerd op het “onaantastbare imago”. Alleen, dat bestaat niet. Daarom is denken in ideaalbeelden en utopieën weliswaar in de geschiedenis veel toegepast, maar in mijn ogen alleen interessant als denkrichting. Toch is de utopie gedurende eeuwen in onze moderne geschiedenis (de laatste 2.000 jaar) een houvast geweest voor velen.

Kwetsbaar

En dat ook een utopie kwetsbaar is wanneer zij is gebaseerd op een kunstmatige gecreëerd imago, bewees Maarten Luther al in 1517 toen hij zijn ”95 Stellingen” op de RK Kerk in Wittenberg (Duitsland) aan de kerkdeur timmerde. De geschiedenis bewijst hiermee keer op keer dat alle imago’s en reputaties aantastbaar zijn en soms zelfs buitengewoon breekbaar. Zelfs het imago van Jezus Christus is kwetsbaar. Zeker wanneer we ervan uitgaan dat dit imago met opzet – volgens een vooropgezet plan met duidelijke bedoelingen – zo in elkaar is gezet. Dat is ook de achilleshiel van het communicatievak dat zich in de jaren negentig van de 20ste eeuw met gulzigheid op het imago heeft gestort. Wanneer een imago verwordt tot een kunstmatig in elkaar gezet beeld dat onvoldoende wortelt in de realiteit, dan zijn we ook met ons communicatievak op een verkeerde manier bezig.

Het verval van normen en waarden is natuurlijk stuitend. Hoe wil je jongeren nu betrekken bij de vormgeving van de maatschappij van morgen, wanneer je ze als maatschappij tegelijkertijd zulke voorbeelden voorzet? En wat betekent dit voor mensen die nieuw zijn in dit land en (nog) geen idee hebben waarin ze terecht zijn gekomen?

Maar, en dat is nog veel erger, mensen verliezen op deze manier ook het vertrouwen in en hebben geen respect meer voor leiders in politiek en economie. Zij prikken dwars door de dubbele moraal van veel plucheberijders heen die niet handelen naar wat ze zelf prediken.

Tolerantie

Tolerantie is: samen leven in harmonie. Maar dan wel een harmonie gebaseerd op een stevig maatschappelijk fundament. Alleen in Nederland is letterlijk samen leven in harmonie een illusie gebleken. De basis van die tolerantie, de utopie waarop zij is gebaseerd, is niet meer. Diezelfde utopie die ons jarenlang door linkse politici en intellectuelen als het Walhalla van het Westen is voorgespiegeld, is als een zeepbel uit elkaar gespat.

Alles wat wij dachten te hebben opgebouwd in onze Nederlandse en West-Europese democratische samenlevingen is de afgelopen vier jaar aan flarden geschoten.

En hoe kan het ook anders als je doet wat wij hebben gedaan in de jaren ’70, ’80 en ’90 van de 2oste eeuw. Ik noem het de schande van de linkse politiek. Honderdduizenden vreemdelingen toelaten, maar ze links laten liggen. Onder het mom van vrijheid en tolerantie in een hoek getrapt. Aan hun lot overgelaten. “Je bent hier welkom, je mag doen wat je wilt, zo lang wij er maar geen last van hebben”.

De Nederlander (lees ook: de West-Europeaan) is slechts schijntolerant, op enkele uitzonderingen in de grote steden na. Onder het motto “het maakt me niet uit, zo lang ik er maar geen last van heb” hebben vele linkse denkers en politici ons de afgelopen dertig jaren meegevoerd in een schijnwereld waarin ze zelf geloofden, maar die niets met de realiteit van doen bleek te hebben.

Doordat we de religie niet langer een plek gunnen in het openbare leven is iets als aandacht voor sociale (of maatschappelijke) rechtvaardigheid en respect voor de andere mens een dimensie ontnomen die het nodig heeft om stabiel verankerd te worden in onze maatschappij: de religieuze. Het besef dat je niet uitsluitend en alleen voor jezelf en voor je eigen plezier of voor de bevrediging van je eigen materiele behoeften op deze aarde rondloopt.

III. Visie en Leiderschap

Imago is vooral ook “out of the box” willen denken. Visie en leiderschap hebben daar ook alles bij te winnen. Het onhaalbare centraal durven te stellen. Je imago is boetseerklei. Het geloof in de maakbaarheid van de menselijke samenleving is in ons land sinds de jaren ’70 van de vorige eeuw geclaimd door linkse intellectuelen en sociaal-democratische economen en politici. Feitelijk deden Romeinen ruim tweeduizend jaar geleden, en christenen na hen, al niets anders. Geloven in de maakbaarheid van de maatschappij is geloven in verbeelding, in creativiteit, in het bovengemiddelde. Helaas zijn we dat geloof verloren op last van diezelfde intellectuelen, economen en politici: alles moest immers gelijk zijn?

Maar wat je er ook van mag vinden. Geloof in de “maakbaarheid” van iets betekent wel dat je tenminste visie en leiderschap toont. Dat je een duidelijk beeld hebt van waar je naar toe wilt. Dat je iets tastbaars maakt van je boetseerklei. Daaraan ontbreekt het op dit moment, zeker in Nederland, maar ook elders in West-Europa.

Gebrek en gebrek

Het gebrek aan verbeelding leidt dus ook tot gebrek aan leiderschap. Zonder een duidelijke visie en missie accepteren zijn mensen niet langer bereid hun ‘leiders’ te volgen. Het beste en meest recente voorbeeld hiervan is de trieste wijze waarop in Nederland het belang van een Europese Unie en van de voorgestelde grondwet is gepresenteerd. Een bloedeloze, uiterst beschamende vertoning. Geen enkel vuur. Geen enkele visie. Geen enkel toekomstperspectief.

Het gebrek aan leiderschap leidt ook tot risicomijding. Anno 2005 lijkt dit meer en meer het natuurlijke gedrag te worden van veel organisaties en VIP’s. Zij lijken te geloven dat dit de enige manier is om hun imago te bewaren en te beschermen. Alleen: het is een doodlopende weg. Want zij leidt tot minimalisme, tot grijze muizen en tot een massa aan middelmatigheid. En, wat nog veel erger is, het leidt tot een ongekende verwaarlozing van normaal geaccepteerd gedrag.

Een onderzoek van het Sociaal-Cultureel Planbureau bevestigde onlangs nog eens dat tweederde van alle Nederlanders vraagt om meer moedige, onvermoeibare en toegewijde leiders.

Jongeren (de generatie 10-16 jaar) communiceren via MSN Messenger van Microsoft, via sms-jes op hun mobiele telefoon en via weblogs met elkaar. Inderdaad volledig digitaal en los van de maatschappelijke realiteit. Met een eigen taal, met een eigen code. Daar heerst dus nog wel degelijk “verbeelding”, alleen op een heel andere manier dan andere generaties zijn gewend. Kijk maar eens naar de creativiteit op het internet. Misschien moeten we de traditionele definitie van “verbeelding” daarom eens drastisch herzien, waarom niet?

Nieuw elan

Nederland en Europa hebben behoefte aan een nieuw elan. Dat wortelt in wat ons land bij uitstek heeft gemaakt tot wat het tot voor kort was. Dan praat ik over zaken als: authentiek, open, transparant, tolerant (maar met duidelijke plichten en dan pas rechten), democratisch, betrokken, creatief en sociaal. Anders gezegd, ik praat over respect, over sociaal gevoel en over tolerantie. Ik praat ook over een terugkeer naar, noem het maar, de menselijke maat. Maak zaken en regelingen minder anoniem. Geef de verzorgingsstaat weer een herkenbaar gezicht. Ik praat zeker ook over leiders die beschikken over een duidelijke missie en een heldere visie. Die vertellen welke keuzes we maken voor de toekomst van Nederland (en daarmee voor de toekomst van Europa) en waarom we die keuzes nu moeten maken.

Als het aan mij ligt, zetten wij voor de toekomst van Nederland binnen Europa in op de volgende hoofdlijnen:

- een open economie, gekenmerkt door welbewust gekozen kennisclusters (de “kennisagenda” waar het Innovatieplatform maar niet mee kan komen omdat het streeft naar heilloze compromissen in plaats van duidelijke keuzes te maken);

- een open cultuur, gebaseerd op de Nederlandse tradities en geschiedenis, maar met een plek voor wie dat wil en voor wie respecteert wat er al uit het verleden is;

- een open maatschappij die zich kenmerkt door: a) democratie, b) scheiding van kerk en staat, c) respect, sociaal gevoel en tolerantie, d) een sociaal vangnet voor wie echt niet kan werken of ouder is dan 67 jaar.

IV. Imago en identiteit

Imago is voor mij: het beeld dat anderen van jou hebben.

Identiteit omschrijf ik als: wie (of wat) ben je nu werkelijk?

En idealiter dienen beide begrippen elkaar te dekken en te versterken.

In die zin bekeken, zijn imago’s niets anders dan identiteitsconstructies. Bewust gecreëerde beelden met behulp van de juiste combinaties van symbolen. Vanaf nu zijn daarom de begrippen imago en reputatie voor mij identiek. Ik spreek dus altijd over “imago”. Dat geldt ook voor de begrippen identiteit en zelfbeeld, met één uitzondering. Identiteit gebruik ik uitsluitend in communicatief, vakinhoudelijke zin. Ieder ander kan zich uiteraard vrij voelen daar van af te wijken.

De omgeving waarin elk zakelijk imago optreedt, bestaat volgens Fombrun en Van Riel uit zes dimensies. Ik wil een zevende introduceren. Die van het maatschappelijke issue dat een organisatie of een persoon kan claimen om daarmee haar c.q. zijn imago te ondersteunen en concreet te maken. Het meest voor de hand liggende issue is altijd iets dat direct te maken heeft met de kernactiviteiten van een organisatie of de wezenskenmerken van een persoon.

Een houdbaar imago is gebaseerd op een degelijk inhoudelijk verhaal. Dus op een authentieke organisatie of persoon (identiteit). Een heldere missie, een welomschreven visie, een concreet geformuleerde ambitie en heldere kernwaarden. Dat zijn de vier inhoudelijke en communicatieve bouwstenen voor een welgefundeerd imago.

Niet minder belangrijk is dat organisaties en personen bereid zijn te luisteren naar hun omgeving. Authenticiteit speelt daarin een cruciale rol. Zelfbewustzijn en kwetsbaarheid evenzeer. Het gaat om de juiste balans tussen deze drie. Dit zijn de persoonlijke, zachte of emotionele bouwstenen voor een goed imago.

Ontbreekt een solide fundament onder een imago, dan draait het wederom alleen maar om materiële zaken als: tv-formats, logo, huisstijl, prestige, etc. Natuurlijk zijn deze zaken van belang, maar zij krijgen eerst werkelijk betekenis wanneer ze worden verbonden met wezenlijke, niet-materiële zaken. Wie ben ik? Wat ben ik? Wat wil ik? Hoe wil ik dat bereiken? En wat betekent dit voor mijn omgeving?

V. Europa of globalisatie

Ik heb er nooit een geheim van gemaakt dat ik niet geloof in globalisatie in de zin van dat over de hele wereld dezelfde wetten, gebruiken, normen en waarden gelden. Dat is fundamenteel in strijd met de mondiale diversiteit in religies, mensen en culturen.

Er zijn twee uitzonderingen. Om te beginnen: de economie. Ten tweede het feit dat de mens door de moderne communicatie- en informatiemedia zelf gedeeltelijk is “geglobaliseerd”.

Ik geloof in Europa. Eerder noemde ik dat een Europa met een open economie, met een open cultuur en met een open maatschappij. Voor Europa gaat het erom de tekenen des tijds te verstaan en duidelijk te kiezen voor haar eigen bestaan. De kern van Europa, van de EU, is dat het een vrije, interne economische markt is met een sociaal gezicht. Opgericht en in stand gehouden door op zichzelf soevereine staten.

De belangrijkste oorzaak van de huidige crisis binnen Europa heeft twee oorzaken: enerzijds hebben de Europese leiders verzuimd een duidelijke missie en visie met de bevolkingen te delen. Daardoor staan zij geïsoleerd en hebben zij het contact met en het vertrouwen van de Europese bevolkingen verloren. Tegelijkertijd hebben de Europese politici het sociale gezicht van de EU uit het zicht verloren.

Solide fundament

Ik zou daarom willen pleiten voor een nieuw, inspirerend en realistisch Europees imago. Dat begint natuurlijk met een solide fundament. Geënt op de Grieks-Romeinse en op de joods-christelijke cultuur.

Europa is in mijn visie anno 2005 bij uitstek niet nationalistisch. Ik ben het dan ook fundamenteel oneens met de stelling van de oud-hoogleraar sociologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, dr J.J.A. van Doorn, dat het nationalisme in Europa weer terug is, maar dan nu met een nieuw gezicht: het etno- of volksnationalisme. Ik heb hierboven al betoogd dat het nieuwe, moderne Europa een combinatie is van én een nationale staat én van een bovennationaal Europees verband. En dat dit ook niet van vandaag of gisteren is, maar al veel langer kenmerk van de Europese geschiedenis en van de Europese beschaving. Dan wordt de vraag vanzelf irrelevant of iemand nu eerst Nederlander, Italiaan of wat dan ook is en dan pas Europeaan.

Christendom

Een ander onontbeerlijk element van het nieuwe Europese imago vindt zijn wortels in het christendom. De mens komt op zijn bestemming aan door de juiste balans te vinden in zijn streven om enerzijds zijn individuele doelen te realiseren en anderzijds dat te doen in dienstbaarheid jegens zijn medemens en jegens God zelf. De paus noemt dat de zoektocht naar Waarheid, Goedheid en Schoonheid van het geloof.

Economie

Een andere belangrijke bouwsteen voor een nieuw Europees imago is natuurlijk de open economie. In de economie moeten bedrijven en organisaties de maximalisatie van het rendement op competitie (marktwerking) combineren met de maximalisatie van het rendement op lol (de factor “mens”). Europa moet vooral concurreren op de wereldmarkt met kennis en creativiteit. En stoppen met de uitzichtloze en alsmaar voortdurende verlaging van kosten. Dat winnen we nooit van de Aziaten. Daarom moet Europa de poorten voor mensen met creativiteit, lef en talenten wijd open zetten.

Want dat is de volgende pijler van het nieuwe Europese imago: een open maatschappij. Voor het zo ver is, voor we die werkelijk hebben, zullen we Europa echter flink moeten verbouwen. De vraag is alleen: kunnen we Europa inderdaad in die richting renoveren?

Cultuur

Een laatste, wezenlijke, pijler van het nieuwe Europa is de cultuur. In zijn boek Economic Developments in the Regions of Europe breekt de Italiaanse wetenschapper Guido Tabellini een lans voor het belang van de cultuur voor de Europese economie en voor het Europese imago.

Ik wil hier graag de volgende kanttekening bij maken. Wanneer Nederland niet heel snel handelt, vallen we in Europees perspectief gezien volledig buiten de boot door de verwaarlozing van onze eigen cultuur, religie en geschiedenis. Straffeloos vreemdelingen toelaten en hen systematisch uitbuiten en negeren, hen eigenlijk aan hun lot overlaten volgens de boodschap: integreren hoeft niet. Doe maar gewoon het werk wat wij niet meer willen doen, en bemoei je verder nergens mee. Je hoeft onze taal niet te leren, je hoeft onze geschiedenis niet te kennen. Concentreer je maar op je eigen taal en cultuur. Dat is een volstrekt gevaarlijke en heilloze weg, ik schreef er al eerder over. Die weg hebben we in ons land sinds medio jaren ’70 van de vorige eeuw onder aanvoering van linkse intellectuelen en politici gevolgd en de resultaten zijn duidelijk.

VI. De Gouden Sleutel: ken uzelf

De “gouden sleutel” voor de oplossing van de in dit vertoog beschreven geestelijke, culturele, politiek en economische tekorten ligt voor mij in de bouw van goed gefundeerde en waarachtige imago’s. De basis daarvan is wellicht schokkerend simpel: ken uzelf. Als organisatie, maar ook als persoon.

Vrij vertaald kun je dit anno 2005 als volgt verwoorden: een grote individuele vrijheid betekent een even grote persoonlijke verantwoordelijkheid voor je directe omgeving. De christelijke en culturele erfenis van Europa vormt de bron voor een nieuw Europees imago, voor een nieuwe Europese missie en visie. Net zoals voor Nederland gelden ook voor Europa de drie pijlers waarop dat imago is gebouwd: een open economie, een open cultuur en een open maatschappij. Slagen we erin een degelijk stevig imago te bouwen, dan zullen we geen last meer hebben van schijnharmonie, van schijntolerantie, van gebrek aan verbeelding, van risicomijding en van een verkeerd gevoel van burgerschap in Europa.

Maar wat voor mij persoonlijk cruciaal is: het is échte, oprechte, authentieke en integere communicatie. Geworteld is zowel religieuze als geestelijke waarden en vervolgens op een verantwoorde manier opgebouwd en uitgevoerd. Dat is naar mijn vaste overtuiging het enige dat beklijft in de 21ste eeuw.

VII. Imago’s zijn maakbaar

Ik begon dit vertoog met een beschouwing over de religieuze wortels van het imago. De eerste bewuste menselijke poging om een beeld te scheppen. Zo zou ik het ontstaan van het bijbelverhaal en van de bijbel zoals wij die nu in haar huidige vorm kennen, willen noemen. We hebben hier dan ook meteen het eerste door de mens in elkaar gekunstelde imago uit de geschiedenis te pakken.

De les hieruit: imago’s zijn maakbaar. Het zijn fijnmazige, met gevoel voor grote belangen, in elkaar gezette beelden die we de buitenwacht om bepaalde redenen graag zó willen vertellen.

Webontwerp: Dedato Ontwerpers